De Kluskirche is een van de belangrijkste monumenten van de stad Marsberg. Dit juweeltje is bij kunstkenners tot ver buiten de regio bekend en wordt erkend als een waardevol cultureel monument. Het bijzondere ervan is dat het volgens de LWL de enige overgebleven kerk in een verlaten dorp in Westfalen is. Terwijl andere voormalige dorpskerken na de „Wüst“ (het verlaten van de dorpen, d.w.z. het opgeven van de plaats als woonlocatie) eveneens in verval raakten en werden afgebroken, is de Kluskirche, de dorpskerk van de voormalige plaats Uppsprunge, bewaard gebleven, omdat zij ook na de verwoesting en het verlaten van het dorp tot 1802 dienst deed als plaatselijke kerk voor het overgebleven dorp Oberuppsprunge/Giershagen.
De deelstaat Noordrijn-Westfalen is verantwoordelijk voor het onderhoud, omdat de kerk tot de weinige patronaatskerken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen behoort.
In de 12e eeuw werd de Kluskirche in Niederuppsprunge gebouwd op de plek waar zich een kapel uit de Karolingische tijd bevond. Oorspronkelijk was het een romaans gebouw met één beuk en een vierkante toren, die was ontworpen als een raamloze verdedigingstoren. Het oorspronkelijk romaanse gebouw werd in 1682 door de abt Absalom Heuck van Bredelar uitgebreid met een vierkant travee en een koorafsluiting aan de oostzijde. Deze aanbouw onderscheidt zich duidelijk van het oudere gedeelte door de kruisgewelven met ribben. In 1700 kreeg de kerk een nieuw barokaltaar, dat net als veel wegkapelletjes in de omgeving van Giershagen afkomstig is uit het atelier van Papen. Het beeldhouwersatelier van Heinrich Papen (1645-1719) en zijn zoon Christophel (1678-1735) in Giershagen was een van de toonaangevende en meest productieve ateliers van de barokperiode in Westfalen. Het verwerkte albast, marmer en meelsteen, de in de omgeving voorkomende gesteenten. Het liet een omvangrijke verzameling van meer dan 160 kunstmonumenten na, waaronder meer dan 40 altaren, verspreid over meer dan 50 plaatsen in Westfalen en Noord-Hessen-Waldeck. Al vroeg werd de Kluskirche, met de heiligen Fabianus en Sebastianus als beschermheiligen, een bedevaartsoord waar ook wonderbaarlijke genezingen werden toegeschreven. Daarvan getuigden vroeger vele voorwerpen die pelgrims in de kerk hadden achtergelaten. Eenmaal per jaar vond er een plechtige processie naar de Kluskirche plaats, waaraan de buurt massaal deelnam en die werd afgesloten met een kermis (Kirmes). In 1475 werd een pauselijke aflaat verleend voor deelname aan deze bedevaart. In 1693 hernieuwde paus Innocentius XII de volledige aflaat voor het bezoek aan de Kluskerk op hoge feestdagen en tijdens processies.
Vanwege haar kunsthistorische betekenis werd de kerk ook in de daaropvolgende periode behouden en meerdere malen grondig gerestaureerd (bijvoorbeeld door de RAD in de jaren 1930, en recentelijk voor 700.000 € door de deelstaat Noordrijn-Westfalen). De deelstaat Noordrijn-Westfalen is verantwoordelijk voor het onderhoud, omdat de kerk tot de weinige patronaatsgebouwen van de deelstaat behoort. Patronaatsgebouwen zijn gebouwen in eigendom van de deelstaat waarvoor de deelstaat onderhoudsplichtig is. In het kader van de secularisatie (Reichsdeputationshauptschluss van 1803) heeft de staat zich ertoe verbonden om, ter compensatie van onteigende kerkelijke bezittingen, de onderhoudsverplichtingen voor patronaatsgebouwen op zich te nemen. Deze onderhoudsverplichtingen zijn bij de oprichting van de deelstaat in 1946 overgegaan op de deelstaat Noordrijn-Westfalen als rechtsopvolger van de staat Pruisen.
The map has been deactivated due to your privacy settings, click on the fingerprint symbol at the bottom left and activate Google Maps to use the map.
Wir binden die Videos der Plattform “YouTube” des Anbieters Google LLC, 1600 Amphitheatre Parkway, Mountain View, CA 94043, USA, ein. Datenschutzerklärung: https://www.google.com/policies/privacy/, Opt-Out: https://adssettings.google.com/authenticated.